Fonkelende, ondeugende oogjes en oprecht lachende mondjes. Zo werd ik steevast onthaald door de schatten van kinderen van het weeshuis. Ik heb in 2011 anderhalve maand met hen mogen werken. Het was een geweldige, maar ook intense periode. De kinderen lijken net een grote familie. De oudere kinderen zorgen voor de kleintjes en ondanks hun situatie lijken de kinderen vol van energie en onverstoorbaar in hun vrolijkheid. Ik heb hier met volle teugen van mogen genieten, maar langs de andere kant maak je je ook wel zorgen over de kinderen en wat er van hen moet worden. Het contact met de op het eerste gezicht ietwat schuchtere ama en Kalpana werd ook als maar hechter. Het zijn twee sterke dames met een erg groot hart, waar ik veel bewondering voor heb. 

Dit was de derde keer dat ik als vrijwilliger met kinderen werkte. Maar deze keer, dit project, was toch anders dan de andere. Afscheid nemen viel me erg zwaar. En wanneer ik terug in België was, lieten de kinderen en hun situatie me maar niet los. Mijn hoofd bleef een beetje in Nepal en ik wilde eigenlijk gewoon teruggaan. Daarom was ik ook blij dat we met ons vieren de koppen bij elkaar gestoken hebben om ons actief te blijven inzetten voor het weeshuis. Er kan (en moet) nog zoveel gedaan worden. 

Ik zal me kort nog even voorstellen. In tegenstelling tot de anderen, woon ik niet in Nederland maar in België. Ik ben 26 jaar en werk aan de Universiteit Antwerpen bij het ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs. Binnen de stichting ga ik me vooral inzetten voor de fondsenwerving en de contacten met nieuwe vrijwilligers die in het weeshuis gaan werken.